Parijs
Omdat de meivakantie er de tijd voor is en omdat de kinderen er al zo vaak om vroegen, hebben jullie een tripje naar Parijs geboekt. Met de trein. De Eurostar blijkt een spiegelpaleis. Overal waar jullie kijken: moeders met tassen vol etenswaren, gamende tieners en kalende vaders die flauwe moppen tappen.
Parijs is natuurlijk een indrukwekkende, grote stad. Als mieren zeulen jullie je tassen van Gare du Nord naar de metro, naar een nachtwinkel waar jullie de sleutels kunnen ophalen, naar jullie appartement, waar normaal een zekere Coralie en haar zoons wonen, en deze week jullie. Via de Airbnb-app komen volautomatisch vertaalde groetjes binnen.
De dagen die volgen hoor je jezelf de dingen vertellen die je je vader hoorde vertellen in zíjn rol als reisleider. Over de brede avenues van Haussmann, over de grande arche in La Defense die knipoogt naar die ‘kleine’ arche, en dat Montmartre het hoogste punt van de stad is. Je vrouw en dochters horen je onbewogen aan. Eh, ja. Tweedehands reisgidsweetjes, wat hebben ze eraan?
De drommen rond de Notre Dame zijn adembenemend. Vanaf de Eiffeltoren kijken jullie uit over een zee aan daken. Maar wat is waar? De toeristen staan in de weg, en jullie zelf ook best een beetje, dus jullie sjouwen verder. Hier eten jullie een crèpe, daar een ijsje. En je poseert bij het graf van een verdoolde dichter van wie je met enige moeite een versregel weet te reproduceren.
Zo creëer je herinneringen, denk je als je even op een bankje in een park zit uit te blazen. Maar waaraan precies? Wat hebben jullie in Parijs te zoeken?
Op de derde avond maken jullie een avondwandeling door de wijk rond jullie appartement, een wijk die de reisgidsen kennelijk zijn vergeten te beschrijven. Jullie komen langs een bakstenen kerk die in alle rust imponerend staat te wezen, langs een schilderachtig overwoekerde spoorbaan en door een straat vol verwaarloosde art-decogevels.
Er rijdt een lege bus door de straat en de meiden doen tikkertje op het trottoir, terwijl jullie hand in hand wandelend naar de fluitende merels luisteren. Je schopt tegen een steentje, fluit mee tussen je tanden – en het avondbriesje doet de rest. Je fantaseert en fantaseert. ‘Zeg schat,’ wil je net zeggen, als er achter jullie een vraag klinkt. ‘Pap? Mam? Zullen we anders in Parijs gaan wonen?’
